VOLKSLIED en VOLKSMUZIEK

Citaten (1801-1875)



"De volkslieddichter komt uit het volk voort
en vertegenwoordigt het individu."

Ludwich Uhland, (Duits hoogleraar en dichter: begin 19e eeuw)



" .....onze nederlandsche muziek en zangsmaak is geheel verbasterd
door inmengselen van de Italiaansche, Fransche en Engelsche muziek
en zangsmaak en door andere van elders ingeslopen gebreken;
en het is derhalve noodig, om daar in een eene hervorming,
tot verbetering te bewerken."

Dirk van der Reiden, (Prijsverhandeling over het Nationaal Nederlandsch gezang, 1802)



".....al wat wij hebben is ons door uitheemsche
Duitsche, Fransche of Italiaansche Componisten ter hand gesteld,
en gevolglijk hebben wij geene eigenlijke Nationale muzijkale zangsmaak"

J. Robbers, (Verhandeling over het Nationaal Nederlandsch Gezang, 1816)



"Spaar me voor 'nationale muziek'!
Moge tienduizend duivels haar halen.
Schotse doedelzakken, Zwitserse koehoorns, de harpen van Wales,
ze spelen allemaal dezelfde 'Jäger Chöre'
met afschuwelijk geïmproviseerde variaties.
Het is onbeschrijflijk."

Felix Mendelsohn, componist (circa 1829)



"Het lied veropenbaart geheel het leven van een volk.
Lief en leed, moed en zwakte,
al de wisselvalligheden die een volk ondergaat,
komen er zich in uitdrukken."

F.A. Snellaert, liederenverzamelaar, (1852)



"... Wat voor volksliederen? 't gene het volk zingt?
Derhalve 't gene gezamenlijk en openbaar wordt gezongen?
Behooren Kerkliederen niet tot het volksgezang?
Zijn Triumf- en Feestzangen geen volksliederen?
Behooren Gezelschaps-liederen niet tot het volksgezang?"

Mr. C.J.W. le Jeune, musicoloog (1853)



"Het volkslied is de onsterfelijkheid der muziek"

Adolph Bernard Marx (1795-1866), muziektheoreticus



"In het volkslied zijn de menselijke stemmingen
met het natuurleven verbonden"

Detlev Freiherr von Liliencron (1844-1909), dichter en prozaïst



begin pagina begin van deze pagina

terug Citatenmenu

home hand OLD FOLKS AT HOME PAGE

Deze pagina is bijgewerkt op: