VOLKSLIED en VOLKSMUZIEK

Citaten (voor 1800)



"Alle de Ghesanghen, die alleenlich tot soetigheydt
en tot vermaeck der ooren geschickt en aengestelt zijn,
en betamen der eerwaerdigheydt van de Ghemeynte niet,
ende mishagen Gode ten hoogsten"

Calvijn, evangelist (vertaling Wilhelmus Corsmannus, 1650)




Over ballade:"doorgaands zet men dit woord over: Straatliedje;
maar straatliedje geeft onder ons een zoo laag, walgelijk denkbeeld,
dat men het voor zulke geestige stukjes niet gebruiken kan;
zou men ook liever zeggen: Volksliedje?"

Betje Wolff, schrijfster, (circa 1772)



"Aanhoord 't zangers leven aen,
Hoe wy ons geld vergaren;
Als wy maar op een stoeltje staen;
En zingen nieuwe maren:
Het geld moet zyn verzopen:,
Al zou men kaal, nog al te maal,
Naakt zonder kleren lopen."

Het hedendaagze leven der Liedzangers, (circa 1784)



"Laat drink- en minneliederen varen
Houdt daartoe zang en tong te goed,
De reine zang laat zich niet paren,
Met een onrein en vuil gemoed...."

Hendrik Wester, voorzanger en schoolmeester (1784)



" .... de gezangen der aanzienlijken meer kunst en beschaving kenmerken,
dan die der geringe werklieden,
welke zangers maar al te veel onbetaamlijke en morssige liedjes,
in hunne kringen doen hooren,.... "

M. Nieuwenhuizen, Secretaris Maatschappij: Tot Nut van 't Algemeen (1789)



"Wie wil zingen, vindt altijd wel een lied."

Oud Zweeds spreekwoord



begin pagina begin van deze pagina

terug Citatenmenu

home hand OLD FOLKS AT HOME PAGE

Deze pagina is bijgewerkt op: