VOLKSLIED en VOLKSMUZIEK

Citaten (1971-1980)



"... afgezien van het gezonde vermaak dat zingen biedt
en het saamhorigheidsgevoel dat ontstaat bij het samen zingen
fungeert het volkslied vooral als blikopener.
Stel uzelf de vraag of U nog zou weten wie Piet Hein was,
als dat lied over hem er niet was geweest."

Marie-Cťcile Moerdijk, zangeres ("Hosse Bosse Teune" 1972)



"Volksmuziek kan alleen ontstaan en voortleven in primaire groepen,
heeft een overwegend buiten-muzikale functie
(n.l. instandhouding van de groep)
en wordt aangeleerd door spontane imitatie"

Marita Verberk-Kruijswijk, musicologe (1974)



"Het volkslied, wat doen we er mee?
We moeten het zingen, want zingen maakt van gedachten krachten
en geeft lucht aan een hart dat zucht."

Dr. Tjaard W.R. de Haan, hoofdredacteur Neerlands Volksleven (1976)



"Door de eeuwen heen heeft het Nederlandse volkslied
het leven van ons volk in al zijn uitingsvormen weerspiegeld."

Mr. J. Cals, Minister van Onderwijs, Kunsten en Wetenschappen (1976), later Minister-President



"... aan onderzoek van melodieŽn en meer eigentijdse vormen
van volksmuziek komt men niet eens toe.
Misschien zouden ook de etnomusicologische instituten
hun blik wat meer op ons eigen land moeten richten"

Rob Smaling, medewerker van het Nederlands Volkskundig Genootschap (1976)



"Een volksliedje wekt herinneringen.
Bij iedereen blijft wel een liedje uit zijn jeugd hangen."

Cobi Schreier, zangeres (1977)



"Gezien de populariteit van de Ierse muziek bij de Nederlandse folkfreaks
is het verwonderlijk dat deze traditie pas in 1974 naar Nederland overwaaide."

Martijn Kaal (1977)



"De huidige interesse in Nederlandse volksmuziek komt voort
uit het zich bezighouden met
Amerikaanse, Vlaamse, Britse en/of Ierse folk."

Joost van Waert (1977)



"De Nederlandse folkmusici baseerden zich over het algemeen
op buitenlandse tradities op grond van
vrijwel uitsluitend muzikale interessen,
in enkele gevallen gelardeerd met een vleugje gevoel voor historie."

Christiaan de Vries, medewerker Janviool (1977)



"... Evenzogoed kunnen we op dit moment de 'folkbeweging' interpreteren
als een nukkige vlucht uit de realiteit,
een vertwijfelde greep naar onbezonnen romantiek,
nu reeds door de kommersie achterhaald."

Rob Boeren, (1977)



"Ik zie de volksmuziek onderverdeeld in drie categorieŽn:
de folkloristische, de nationalistische en de communicatieve directe liederen.
De laatste soort, tegenwoordig het geŽngageerde lied, heeft altijd bestaan."

Walter de Buck, Vlaams volksmuzikant (1977)



"Als sommige folkgroepen commercieel worden,
zullen er hoogstens weer nieuwe voor in de plaats komen
om in de behoefte van het typische folkpubliek te voorzien."

Marita Verberk, musicologe (1977)



"Volksmuziek is eigenlijk hetzelfde als stofzuigen;
voordat je de lege zak wegkiepert
kijk je hem eerst nog even na of er niet iets tussen zit
wat je eigenlijk had willen bewaren."

Paul van Popelen, medewerker Janviool (1978)



"Mede door de kleine, welhaast obscure platenzaakjes
wint de volksmuziek in Nederland
vooralsnog nauwelijks enig terrein bij het grote publiek."

Bert van Nieuwenhuizen (1978)



"Het begrip volkslied bestaat bij het volk niet.
Men spreekt steeds over liedjes en het schrift,
waarin men de teksten noteerde,
noemt men eenvoudig liedjesschrift"

Harrie Franken, ("Liederen en dansen uit de Kempen", 1978)



"... och de mensen hebt natuurlijk het volste recht
um't stomme rampestamp te vinden.
Wi-j en grote getallen mensen met os
hebt d'r ieder weekend onmundig schik met
en doar geet't toch moar umme of niet dan soms?"

Buizen Berend, muzikant in Normaal (1978)



"... En gezellig is nu precies een woord
dat op de Nederlandse folkmuziekbeweging van toepassing is."

Ruud Gortzak, journalist (1978)



"Gewoon lekkere muziek,
als je je huiswerk aan het maken was hoorde je die muziek ,
en die neuriede je op straat, dezelfde functie die volksmuziek vroeger had."

Frans Smulders, muzikant in 'Wolverlei' (1978)



"De liedjes van de radio of platen die ik als kind het mooiste vond,
bleken achteraf toch vaak iets met volksmuziek te maken te hebben."

Kees van der Poel, muzikant in 'Wolverlei' (1978)



"Ik heb stapels Nederlandse teksten en op een gegeven moment zie je
dat er zeven hoofdmotieven zijn in de folkmuziek
en dan houdt het wel een beetje op.
Ieder liedje gaat weer over een vrouwtje dat versierd wordt
en het is leuk als iemand daar juist wat anders in kan aanbrengen."

Fred Piek, muzikant in 'Fungus' (1978)



"Toch blijkt het erg nodig om de volksmuziek
eigentijds en 'smakelijk' op te dienen,
want het slaat toch maar bij een relatief klein publiek aan,
en bij de meeste Nederlanders is John Travolta wel bekend,
Fungus een klein beetje en andere volksmuziek nauwelijks.
En vaak spelen die laatsten in folkclubs e.d. en weinig onder het volk.

Jaap Oudesluijs, medewerker Studium Generale, TH Eindhoven (1979)



"Eenmaal in Vlaanderen ben ik me pas gaan interesseren
voor nederlandstalige volksmuziek. Het gekke in Vlaanderen
met Ierse muziek b.v. was dat de mensen het wel leuk vonden,
maar je verder geen poot aan de grond kreeg."

Alfred den Ouden, volksmuzikant en folkclubeigenaar (1979)



"Het volkslied van kinderen funktioneert
voor een groot deel nog op traditionele wijze(n),
naast materiaal uit de koker van Annie M.G. e.a."

Rob Smaling, medewerker van het Nederlands Volkskundig Genootschap (1979)



"Een van de redenen waarom ik konsekwent in het Fries zing,
is dat je je beperkt in je onderwerpen tot problematiek
die hier regionaal speelt. Liefst zo dicht mogelijk bij huis."

Doede Veeman, volkszanger (1979)



"Dagelijks worden de Friezen onderdrukt,
martelingen zijn aan de orde van de dag
en er geldt een strenge perscensuur in Friesland,
terwijl de groep Irolt doet alsof zijn neus bloedt
en de Friezen van de harde realiteit tracht af te leiden
door romantische liederen ten gehore te brengen."

E.J. Bonnema (ingezonden brief in de Volkskrant, 1979)



"Ik hou niet van geplande optredens;
alles wat per ongeluk gaat, gaat goed."

Sygurd Cochius (1917-2001) bekend straatmuzikant in Utrecht (1979)



"Musiceren op straat is een goede manier
om de stad wat leefbaarder te maken.
Het kan het isolement van stedelingen doorbreken.
Het kontakt tussen de mensen kan hierdoor bevorderd worden."

Steeph Custers in Janviool (1979)



"Straatmuziek is een manier om muziek weer een duidelijke functie
in het dagelijks leven te laten krijgen,
en om muziek weer onder de mensen te brengen,
anders dan door ze passief via arbeidsvitaminen
of discotheek naar binnen te gieten."

Jan Erik Grunsveld, eindredacteur Janviool (1979)



"Toen ik in 1971 in Nederland kwam,
was er nauwelijks iets op folkgebied te beleven.
Engelse artiesten zag je hier nauwelijks
en er waren maar een paar Nederlandse folkgroepen:
Crackerhash, Wargaren, Tail Toddle en Fungus."

Pat Rush, coproducer radioprogramma 'Folk Live', AVRO (1980)



"Ik ben feitelijk een echt traditionele rakker,
maar ik ben er zeker van dat die hele ontwikkeling
in de folkmuziek nog in z'n beginfase is; elektrische gitaren
en synthesizers zullen er mijns inziens steeds meer inkomen."

Reinout Weidema, producer radioprogramma 'Folk Live', AVRO (1980)



"Vroeger maakten de muzikanten van de straat hun muziek
en hun instrumenten zelf; ze hadden geen geld
om komponisten of een bouwer in dienst te nemen."

Jan Ament, pianist en harp- en draailierbouwer (1980)



"Ook de beweging van de 'folkmusic' heeft een belangrijke rol
gespeeld in de ontwikkelingen binnen de volksdansbeweging.
Die beweging gaat samen met de tendens
'terug naar de natuur en onbespoten groenten,
het liefst verbouwd op een eigen boerderijtje'.
Kortom terug naar de eenvoud"

Femke van Doorn, volksdanseres (1980)



"Nederland kent, in tegenstelling tot Engeland en de USA,
vrijwel geen liederen die iets met werkomstandigheden
en akties in bedrijven te maken hebben,
sinds de mechanisatie of, zo je wilt, de industriŽle revolutie."

Peter Koene, medewerker Toneelgroep 'Proloog', (1980)



"De eerste groep die een breder publiek naar Nederlandse folk
deed luisteren was Fungus. Deze jongens legden het handig aan boord.
Vermits het volk geen volkmuziek lust,
verpakken we onze liederen in rockmuziek, redeneerden ze slimmetjes."

Miel Appelmans op de BRT, (31-10-1980)



"Morgen is een andere dag. Deze krekelfilosofie domineert
het folkdenken in BelgiŽ en vooral dan in Vlaanderen."

Miel Appelmans, platenhandelaar in Janviool (1980)



"Elektrisch werken vereist investering,
en investeringen vereisen nogal eens hitgevoelig werken.
En hoe groter de hitgevoeligheid van folk,
hoe groter de afslijtsnelheid van de folk.
Want tijdelijkheid, rage, is een ijzeren regel van de muziekindustrie.
Zonder tijdelijkheid geen omzet."

Jos Koning, muzikant en medewerker Janviool (1980)



"Volksmuziek van nu gaat over de dingen
die mensen van nu bezig houden.
Liefdesliedjes en danswijsjes blijven altijd hun funktie behouden,
maar natuurlijk hoor je in liedjes ook
de aktuele onderwerpen van deze tijd doorklinken:
woningnood en kraken, werkloosheid, kernenergie."

Peter Koene, medewerker Janviool (1980)



"Vroeger was ik lid van de AJC en daar volksdansten we.
Daar heb ik eigenlijk mijn interesse voor volksliederen gekregen."

Will D. Scheepers, volksliederenverzamelaar (1980)



"Eigenlijk is de volksmuziek behoorlijk elitair heden ten dage,
de meeste muzikanten zijn studenten,
die geen enkele voeling of binding hebben met 'het volk'
en toch pretenderen zij volksmuziek te maken."

Bas Verkade, zanger Chimera (1980)



"Ik speel zelf wel eens op straat en de mensen
die blijven kijken doen dat vaak meer uit nieuwschierigheid
als dat ze nou geÓnteresseerd zijn in de muziek."

Kees Mook, violist Chimera (1980)



"Dan heb je ook nog het purisme in de volksmuziek,
dat elektriciteit niet door de beugel kan.
Nou dat vind ik onzin, dan moet je ook geen platen draaien."

Ruud Schotting, basgitarist Chimera (1980)



"... Is het niet zo dat heel wat nummers in Engeland,
Ierland en Schotland door talloze groepen en personen
die bekendheid genieten op de plaat zijn gezet?
Dat dit geen afbreuk doet aan de volksmuziek blijkt wel duidelijk
doordat dit deel van Europa meer vertrouwd is
met de volksmuziek dan bij ons in Nederland."

John Janssens, ex-accordeonist 'Get Paraat' (1980)



"Er is al veel geschreven over de paradox als zou de folkscene
hoofdzakelijk bestaan uit doctorandussen
en andere linkse intelektuele vegetariŽrs."

Joost van Waert, (1980)



begin pagina begin van deze pagina

terug Citatenmenu

home hand OLD FOLKS AT HOME PAGE

Deze pagina is bijgewerkt op: