VOLKSLIED en VOLKSMUZIEK

Citaten (1941-1960)



"...personen uit de vaderlandse geschiedenis gaven aanleiding tot liederen,
die de gebeurtenissen vaak tot ridderballaden vervormden."

Dr. F.K.H. Kossmann, straatlieddeskundige (1941)



"Het volkslied uit en wekt het besef van verbondenheid
door eenvoud en zuiverheid van vorm en inhoud."

Caspar H÷weler, musicoloog ("Het Nederlandsche volkslied in den loop der tijden", 1941)



"Onze volkliedverzamelaars beschouwden de volksliederen [...]
eenigszins als een soort verroeste en van onzuivere stoffen
aangevreten oude muntstukken waarop zij,
met wrijven en drijven, opnieuw den beeldenaar
zuiver en glanzend wenschten terug te tooveren."

Pol Heyns, volksliedverzamelaar ("Volksliederen", 1941)



"... in de 19e eeuw was het treurig gesteld met ons volkslied;
wat men toen zong werd suf en saai naast deze sterke oude liederen."

A. Komter-Kuipers ( "De muziek-historische beteekenis van Valerius' Gedenck-clanck", 1943)



"Alleen het middeleeuwse volkslied was waarlijk
een alles omvattend volkslied geweest:
geslachten en eeuwen lang zal het volk in zijn straatlied
teren op de resten dezer onvergankelijke nagedachtenis."

Douwe Wouters, onderwijzer (1943)



"Het volk dezer lage landen heeft niet den naam een zanglustig volk te zijn.
Spontane uiting door middel van het lied vooronderstelt,
zegt men, een grootere beweeglijkheid van geest,
een blijere levenshouding, een mildere opvatting van het geloof."

B.W.E. Veurman, ( "Liederen en dansen uit West-Friesland", 1944)



"In een gemeenschap met films en autobussen,
om van radio maar niet te spreken,
is voor het levende volkslied geen plaats meer."

Yge Fopma, ( "Oude en Nieuwe Geuzenliederen",1946)



"Het volk is de drager, niet de dichter van het volkslied."

Davenson ("Le livre des chansons", 1946)



"Volkslied is,
wat op een gegeven ogenblik door het volk wordt gezongen."

Dr. Tjaard W.R. de Haan , medewerker Nederlands Volkskundig Genootschap (1950)



"Volkslaidjes bennen veur mie laidjes,
doar ons volkskerakter oet sprekt.
Laidjes dei bovendain makkelk zongen worren kennen,
dei d'r zo iengoan."

Jan Boer, (Voorwoord in "Ommelander volkslaidjes", 1954)



"Elke folksong is een interpretatie.
Anders kunnen we net zo goed teruggaan naar het begin
en alleen nog maar ugh zeggen."

Harry Belafonte, n.a.v. zijn lp "Calypso" (1956)



"Het volkslied is een waardevol bezit.
Het bergt sterke levenswaarden en heeft een grote bindende kracht"

Henri Geraerdts, in : "De stem van Allard" (1956)



begin pagina begin van deze pagina

terug Citatenmenu

home hand OLD FOLKS AT HOME PAGE

Deze pagina is bijgewerkt op: